IN DE KANTLIJN
De voorstellingen en de projecten en daarnaast mijn lespraktijk vormen tezamen de kern van mijn artistieke werk, maar er zijn ook altijd kantlijnen. En zoals het aantekeningen in de kantlijn betaamt, kunnen die een contrapunt vormen op het hoofdthema, of in perfecte harmonie samenklinken in een welluidend accoord. En we weten maar al te goed dat wat er zich in de periferie afspeelt, uiteindelijk naar het centrum toe kan bewegen. Daarom op de volgende pagina’s een aantal kanttekeningen.

FOTO-ALBUM
Als rondvaartfotograaf bij Amsterdamse rederijen heb ik miljoenen kiekjes gemaakt tussen mijn 14e en 25e. Over de hele wereld moeten er in huiskamers en in vergeten lades zwart-wit foto’s te vinden zijn die ik genomen heb van iemand die een rondvaartboot in stapt. Daar heb ik nog altijd de smaak voor fotografie aan overgehouden; mijn toenmalige baas die beroepsfotograaf was, heeft mij met opdrachten geholpen, ik mocht daar zelfs de grote camera voor meenemen. Alles nog in zwart-wit. Heden ten dage is fotografie zozeer verknoopt met het dagelijks leven dat je van de weeromstuit steeds kritischer moet worden om het medium te gebruiken.
Een foto in het dagblad Trouw inspireerde mij tot de volgende oefening in ekfrasis:
Mag ik? Een proeve in ekfrasis.
Bij een foto van Boudewijn Bollemann in dagblad Trouw van 27 december 2023.
Descriptio imaginis
Als ooit een foto, zomaar op een willekeurige decembermorgen, mij diep geraakt heeft, dan is het wel deze. In dit artikel wil ik uitleggen waarom.
Buiten
De fotograaf heeft de foto genomen in een Rotterdams klaslokaal van een basisschool die als naam Het Open Venster draagt. Dat venster is in de vorm van een panoramisch raam prominent op de foto aanwezig en toont een winters uitzicht vlak bij een Rotterdams kruispunt. Kale bomen rijen zich op de achtergrond aaneen en hun kaalheid versterkt het gevoel dat we te maken hebben met een van die waterkoude dagen die de maand december in de Nederlandse steden zo onaangenaam kunnen karakteriseren.
Tegenover het schoolgebouw van waaruit de foto genomen is, staat een ander gebouw, misschien ook een school, maar de belendende toren (?) die iets verder naar achteren in de rooilijn staat, wijst eerder op een religieus gebouw. Ervóór staan twee (?) stadsbussen en we zien iemand weglopen; het zou kunnen gaan om een bushalte op de hoek en de in het zwart gestoken figuur is misschien net uitgestapt. Het is niet goed uit te maken of de figuur een koffer of een wagentje voor zich uit duwt. Misschien is dat rechthoekige obstakel wel een vuilnisbak, hoewel de pontificale plaatsing in het midden van het trottoir wel erg de voortgang van de voetgangers belemmeren zou.
Het raam heeft aan de bovenkant een lijst van wat eruitziet als een glas-in-lood mozaïek, vooral gebruikelijk in de bouwstijl van de jaren ’20 en ’30, maar het gestandaardiseerde systeemplafond en vloerbedekking ondersteunen deze observatie niet. Bij nadere beschouwing op het digitale exemplaar van de foto blijkt het dan ook niet om een architecturaal onderdeel te gaan, maar om een toegevoegd feestelijk decoratief element, een fries van transparant materiaal.
Binnen
De foto is genomen in december, en dat verklaart waarom er om het raam heen een lint van sierlampjes is gehangen van het soort waarmee men gewoonlijk een kerstboom behangt. In de vensterbank staat een exemplaar van een boek: Zomaar een straat door de eeuwen heen. Een wandeling door 12000 jaar geschiedenis van Anne Millard met illustraties van Steve Noon. De foto dient als illustratie bij een artikel in het dagblad dat de methode tot onderwerp heeft die deze school aan het ontwikkelen is om kinderen geen leesachterstand op te laten lopen. Recentelijk is in een alarmerend rapport hiertegen gewaarschuwd, en volgens opinieblad De Groene is dit goeddeels te wijten is aan het toestaan van de marktwerking op de in het basisonderwijs gebruikte lesmethoden. De aanwezigheid van het boek illustreert de ambities van deze school om daarin een eigen weg te volgen.
Op een standaard schooltafeltje waar twee stoelen plaats bieden aan twee leerlingen, liggen een paar door de printtechniek niet goed te definiëren voorwerpen. Een vouwkaart? Een pen aan een touwtje? Helaas blijkt deze foto niet opgenomen te zijn in de reeks foto’s die de fotograaf gepubliceerd heeft op zijn eigen site (rechtenkwestie?) en biedt de digitale versie van Trouw (waar deze details beter te onderscheiden zouden zijn geweest) niet hetzelfde fotomateriaal als de gedrukte versie. De fotograaf zelf echter stuurde mij gelukkig een digitaal exemplaar en daarop zijn de voorwerpen wel te onderscheiden: schrijfgerei aan de ene kant van de tafel, met aan de andere kant op de hoek een wit kartonnen bordje gevat in een opengevouwen rechthoekig knipsel van groen karton.
Focus
Het winterse tafereel buiten contrasteert met het interieur van het goed verlichte klaslokaal, waar het onderwerp in het centrum van de foto dadelijk alle aandacht naar zich toe trekt: het is een jongetje, een leerling uit ongeveer groep 7. Het jongetje steekt zijn vinger op: hij wil de aandacht trekken omdat hij het antwoord denkt te weten op een vraag van de juffrouw of meester die zich klaarblijkelijk rechts buiten het kader bevindt. Hij is opgestaan uit zijn stoel om zijn rechterhand op te steken. Zijn linkerhand rust ontspannen op het tafeltje.
Het is een jongetje met bijna zwart steil haar, donkere wenkbrauwen en kastanjebruine ogen, dus niet een standaard blond blauwogig Hollands-welvaren-jongetje. Hij staat aan zijn schooltafeltje tussen de twee stoelen in. De stoel vóór hem is leeg, de stoel achter hem is behangen met een sportief zwart jack met witte mouwen, gestreepte elastieken en gekleurde accenten. Het is waarschijnlijk zijn eigen jackje en het bolt dusdanig dat te vermoeden valt dat eronder een rugzakje opgehangen is aan de rugleuning van de stoel. De positie van het schrijfgerei laat zien dat het jongetje op die achterste stoel gezeten heeft voordat hij opstond. Het jongetje ziet er correct en verzorgd uit; hij draagt zwarte jeans of trainingsbroek en een zwart of antraciet T-shirt met een kleurige opdruk op de rug die echter niet in zijn totaliteit te onderscheiden is. Sportschoenen completeren zijn outfit, en hij heeft de veters modieus achteloos niet gestrikt.
Door de uitsnede die de fotograaf hanteert, zien we rechts nog net een streepje van de ruggen/achterhoofden, kleurige rugzakken en jacks van twee andere (meisjes?)leerlingen, en aan de linkerkant nog net kamerplanten en een glimp van andere tafeltjes, maar alles draait uitsluitend om dat jongetje dat strak van ambitie de beurt probeert te krijgen: hij staat alleen, los in de ruimte, het gaat om hem. De omgeving, de andere kinderen, de onderwijzer: de fotograaf heeft hun aanwezigheid afhankelijk gemaakt van het jongetje in het centrum van de foto.
Vragen
Zit hij door de band genomen óók alleen aan het tafeltje?
Heeft deze school geen kapstokken?
Is dit jongetje in Rotterdam geboren uit Nederlandse ouders? Hoeveel vinkjes dus?
Wil hij een vraag stellen over het boek naast hem? Of reageert hij op een vraag van de juf/meester? Wordt de onderwijzer anno 2024 steeds juf/meester genoemd?
In mijn jeugd was het gebruikelijk twee vingers op te steken om aan te geven dat je niet iets wou vragen maar toestemming wilde om naar de wc te gaan. Is dat nog steeds het geval?
Uit wat voor gezin komt hij? Hij wordt materieel in elk geval niet verwaarloosd maar het gaat hier niet om een basisschool in een middenklasse wijk van Rotterdam, integendeel, dus naar we mogen aannemen gaat het ook niet om een kind uit een gefortuneerd gezin.
Heeft hij een moedervlek op zijn rechteronderarm of heeft die onderarm contact gemaakt met bijvoorbeeld een viltstift toen hij ingespannen aan zijn tafeltje aan het werk was?
Ekfrasis
Vertedering is een te schraal woord om mijn meerstemmige reactie weer te geven op dit beeld. Hoe zou de jongen heten? Pablo, hoop ik, misschien Angel, maar het kan ook Anwar zijn of Mo. Of gewoon Jesse. Ik kijk naar dit jongetje en ik hoop, of eigenlijk: ik wil dat het een mediterraans jongetje is, net als ik ooit was. En dat hij graag wil leren. Heel graag zelfs, net als ik, toen. De jongen doet beleefd wat hem opgedragen wordt, maar is wel degelijk nieuwsgierig en wil dingen weten. Daarom steekt hij zijn vinger niet maar zo’n beetje op, blijft zijn rechterhand niet halverwege op schouderhoogte steken, maar strekt hij zijn arm maximaal verticaal omhoog: hij is ervan overtuigd dat hij het antwoord op de vraag weet, of dat de observatie die hij wil delen, dan wel de vraag die hij wil stellen, de moeite waard is.
Hij bevindt zich, net als ik ooit, in een klaslokaal op een basisschool in een grote Nederlandse havenstad waar al eeuwenlang schepen uit alle continenten af- en aanmeren. Haar bonte bevolking is daar een afspiegeling van. Een apert moderne, heropgebouwde stad, gevormd na de laatste wereldoorlog. Buiten snijdt de ijzige wind en geselt de striemende regen maar gelukkig zit hij beschut binnen en neemt hij deel aan het grote proces dat zich in en om hem voltrekt: de voorbereiding op later, als hij zijn kind-zijn afgelegd heeft en zijn zelfstandige mannenleven is begonnen. Van jongetje naar man, en dat in een eeuw van grote, onvoorspelbare, onvoorstelbaar radicale transities. Maar nu nog even een jongetje met de charme van het nauwelijks beschreven blad, met de belofte van een leven dat lokt, een leven dat lonkt.
Achter het venster ligt de stad die hem zal uitdagen, de stad die hem zal belemmeren, verwarren, maar hopelijk ook koesteren en stimuleren. Binnen handbereik ligt een boek, een geschiedenisboek: een van de gereedschappen die hij nodig zal hebben om zich staande te houden. Over de stoel naast hem ligt zijn jack dat hem zal beschermen tegen de winterkou die in Nederland heerst, in de publieke ruimte die de kille straten en winderige pleinen van de stad vormen. En ik, bejaarde mannenfee, zing hem weemoedig maar met vaste stem goede wensen toe op zijn pad.
De fotograaf heeft gekozen om het beeld op hem alléén te concentreren en de andere klasgenoten weg te laten, evenals de onderwijzer. Alleen dit ene jongetje staat voluit in het midden. Een individu-in-wording. De foto reikt naar een toekomst maar is ook als een herinnering. Niet een herinnering aan een concreet voorval maar aan een staat, aan een positie, aan een zijn. Is dit het leven zelf? Je steekt je vinger op en hoopt dat jouw beurt komt om iets te zeggen? Of te vragen? Steeds weer opnieuw?
Javier López Piñón

VRIENDEN EN COLLEGA’S
In de loop der jaren heb ik het genoegen gehad ontmoetingen te hebben met talloze collega’s en vrienden. Hier een kleine bloemlezing uit die enorme hoeveelheid momenten.
TEKENSCHRIFT
Pas de laatste tijd werk ik er wat serieuzer aan maar ik heb altijd graag getekend. Sinds enige tijd teken ik regelmatig naar model, in een groepje dat elke week bijeen komt o.l.v. Ietje Rijnsburger.
OPTREDEN
Eens in de zoveel tijd vind ik het belangrijk om “de andere kant op te kijken” en aan een productie deel te nemen als acteur/performer.